Bij een school denk je meteen aan leerkrachten en eventueel ondersteunende teams. Maar wist je dat bij MIRAS ook de vrijwilligers van onschatbare waarde zijn? We praten met Piet en Eddy, twee enthousiaste vrijwilligers voor de opleidingen NT2 (Nederlands voor anderstaligen).
Heren, willen jullie jezelf even voorstellen?
Piet: Ik ben Piet Naessens, ik werkte vroeger bij de douane, bij de accijnzen, maar sinds ik met pensioen ben, nu al zo’n vier jaar, houd ik me graag bezig met vrijwilligerswerk, zoals hier bij cvo MIRAS.
Eddy: Ik ben Eddy Bodeyne, ik werkte ook voor de overheid, maar dan bij Defensie. Daarna was ik toezichthouder in de kunstacademie van Zwevegem, waar ik zelf tekenkunst volgde. Toen ik bij Defensie vervroegd met pensioen kon, heb ik beslist om me in te zetten voor de maatschappij via vrijwilligerswerk.
Wat doen jullie precies bij cvo MIRAS?
Eddy: We ondersteunen de leerkrachten en cursisten Nederlands voor anderstaligen. Ik sluit meestal in het laatste uur van de les aan en werk als een soort assistent van de leerkracht op dat moment. In de middagpauze kunnen geïnteresseerde cursisten bij mij langskomen om hun taal bij te schaven door gesprekjes of oefeningen. Soms komt er één persoon op af, andere keren werk ik met verschillende mensen. De thema’s komen vanzelf: het kan gaan over de lessen, bijvoorbeeld extra oefenen als voorbereiding op een examen, maar ook over dagelijkse zaken waar de cursisten zelf over willen praten.
Piet: Bij mij is het anders, ik werk samen met één leerkracht en ben in de praatgroep gebonden aan de thema’s die zij behandelen in de lessen. Vandaag ging het bijvoorbeeld over het gebruik van “want” en “omdat”. Dat moeten we dan integreren in onze gesprekken.
Eddy: Met meer gevorderde cursisten heb ik ooit een sollicitatiegesprek nagespeeld. Eerst bespraken we wat ze wilden worden, en daarna stelde ik hen wat standaard sollicitatievragen waardoor ze konden oefenen.
Piet: Zoiets kan je inderdaad alleen maar doen met gevorderde cursisten doen. Bij de beginners werken we nog veel met prentjes, waarbij ze moeten vertellen wat ze zien op het prentje. We herhalen wat in de les kwam of bereiden voor op een examen dat eraan komt.
Jullie horen ongetwijfeld bijzondere verhalen tijdens die praatsessies
Eddy: Dat gebeurt wel eens, ja. Zo kwam er vorige week een dame bij mij om te oefenen voor haar mondeling examen. Zij heeft het hele verhaal verteld over de weg die ze afgelegd heeft van Somalië naar hier…
Piet: Dat is soms intimiderend hé, die verhalen die je hoort. Wij kunnen ons dat niet voorstellen.
Eddy: Het was bijzonder dat ze zelf het initiatief nam om het met mij te delen.
Piet: Ja, want zelf vragen we daar niet naar. Dat is iets wat je niet doet…
Eddy: Maar als ze zelf komen vertellen, dan kan je natuurlijk wel bijkomende vragen stellen. Zo heb ik dan uiteindelijk een uur gebabbeld met die vrouw. Ze praatte heel spontaan, waardoor ik merkte dat haar Nederlands echt al goed was. Door haar dat te zeggen, kon ik haar wat meer geruststellen voor haar examen.
Piet: Je hoort soms de meest schrijnende verhalen ook. Iemand die te voet van Afghanistan naar hier is gekomen, bijvoorbeeld. Stel je maar eens voor…
Eddy: Wat ik zo spijtig vind, is dat er zo veel mensen zijn die in hun land van herkomst een hoger diploma hebben, maar hier niet aan de bak komen omdat dat diploma hier niet wordt gevalideerd. Zo was er ooit iemand in mijn groep die rechter was, maar hier van nul moest herbeginnen.
Piet: In mijn groep zit er iemand die 20 jaar buschauffeur is geweest, maar hier opnieuw dat rijbewijs moet halen. Het doet je toch nadenken…
Piet: Maar het geeft me vooral ook een andere kijk op mijn eigen leven. We mogen hier eigenlijk niet klagen.
Eddy: Het leert je relativeren.
Wat geeft jullie de meeste voldoening?
Piet: We zitten meestal enkele maanden bij dezelfde groep, wat maakt dat je ze echt ziet vorderen. Dat geeft mij wel een goed gevoel. De cursisten vinden het bovendien fijn om eens buiten de klascontext te praten, ze zijn dan spontaner. Ik pak het graag wat ludiek aan, met een grapje af en toe – in zoverre ze die al begrijpen. Ze zien mij graag komen en beginnen al te lachen als ze mij zien.
Eddy: Je krijgt heel veel terug. Veel dankbaarheid. Maar ook eten! Het gebeurt geregeld dat er iemand iets zelfgemaakt mee heeft. En dat kan je niet afslaan. Maar daar doen we het niet voor, natuurlijk. Dat is voor die cursisten een manier om hun dankbaarheid te uiten en hun cultuur te delen, en dat is toch mooi!
Piet: Inderdaad. We doen dit omdat we het graag doen. Het zit in onze aard. We zoeken het sociaal contact op en betekenen graag iets voor een ander. Noem het gerust onze hobby.
Jullie verdienen in elk geval al die bedankjes. En ook nog eentje van ons! Voor alles wat jullie doen voor onze leerkrachten en cursisten.
Wil jij zelf ook het verschil maken als vrijwilliger? Ontdek hier welke taken je kan opnemen binnen ons centrum.
